Huisvesting

 

De kooi moet in een zonnige of lichte kamer staan, maar niet in de directe zon en niet op de tocht. De parkiet is een sociaal dier en stelt gezelschap op prijs. Hij kan niet goed tegen rook en kookdampen. Het is goed als hij geregeld kan vliegen, waarbij op de veiligheid gelet moet worden. Bedek ramen, zeker in het begin, verwijder andere huisdieren en giftige kamerplanten uit de kamer. Parkieten houden van schone en droge kooien. De kooi moet voldoende ruim zijn, zeker als de parkiet zelden los kan vliegen.

Het beste is een rechthoekige kooi met horizontale tralies, aangezien parkieten ook graag over de tralies rondklimmen, en bij voorkeur een vlakke bovenkant. De tralies mogen niet verder dan 12 mm uit elkaar staan, anders kan het kopje er doorheen en misschien niet meer terug. In de kooi horen houten zitstokken. Als deze stokken verschillende diktes hebben, krijgt de parkiet minder gauw problemen met eeltknobbels op zijn voeten. Eventueel kan een zittouw worden aangebracht. Parkieten waarderen houten trapjes om te klauteren en een schommeltje om op te zitten. Een plastic vogeltje of een spiegeltje zijn niet echt nodig, maar er wordt wel druk mee gespeeld als ze aanwezig zijn. Het is echter geen voldoende vervanging voor het gezelschap van een soortgenoot.

Kooivogels dienen 's middags en 's nachts voldoende rust te krijgen en voldoende tijd om te kunnen slapen. Als de kooi in het midden van een huiskamer staat kan dat in dit opzicht ongunstig zijn. Voor de rust en het gevoel van veiligheid van het dier is het beter als de kooi tegen een muur staat. Bij rustig weer kan de kooi een tijdje buiten geplaatst worden, uit de wind en niet in de volle zon.

Als bodembedekking kunnen houtsnippers gebruikt worden van beukenhout of corbo van maïs. Het ouderwetse schelpenzand is volgens sommigen minder geschikt, maar wordt veel gebruikt. Het is noodzakelijk de bodem van de kooi elke 1-2 weken te verschonen.